Menu

OvMMedia

"Life is a gift we often take for granted"

MeShell Ndogeocello

Deel 4 over Willem Snitker: Paarden

Vier zuilen

"Ik beschouw mijn werk vanuit mijn kwetsbare gebouwtje dat ik heb opgetrokken, een soort shelter die mij behoed voor al te harde regenbuien, iets waaronder ik kan schuilen, het staat op vier zuilen. Die vier palen staan behoorlijk vast in de grond. Ik begon op de tekenacademie en kreeg onderricht in diverse vakken. Ik vond het circus heel interessant, fascinerend, kon daar met mijn studentenkaart heel goedkoop terecht. Ik kon voor vijftien cent naar Carré, waar circus Strassburger optrad. Ik zat ook heel vaak buiten te tekenen, zo ben ik honderden keren in Artis geweest. Tekende ontelbare landschappen en stadsgezichten, portretten en modellen. Ik heb een vrij brede, inhoudelijke, praktische en cognitieve opleiding gehad. Ik ben mijn leven lang schatplichtig aan mijn leraar schilderen Mark Kolthoff, hij opende mijn ogen en ziel. Naast tekenen en schilderen leerde je perspectief en wiskunde, je studeerde ook pedagogie en kunstgeschiedenis, het laatste kreeg ik van John B. Knipping. Eén van mijn favoriete onderdelen was dus het tekenen van het circus Strassburger in Carré en in Scheveningen. De dynamiek van het circus. Ik vond dat leuk, was er ook behoorlijk bedreven in, ik was niet uit die piste weg te slaan. Als er een circus ergens anders in de provincies Noord / en Zuid Holland was, dan ging ik daar op mijn brommertje naartoe. Daarna wel altijd braaf naar huis, dan had je tenminste warm eten. Dan tekende ik daar het circus, opgetuigde paarden, de clowns, de trapezemensen, de dieren enzovoort. Honderden tekeningen heb ik daar gemaakt. Het circus dus, het theater, ook een metafoor voor het alledaagse leven dat tenslotte ook een soort voorstelling is, ‘het levenscircus’ met een plat cliché.

Register to read more...

“Het duigenvat der bezielde vrienden”

Bert Schierbeek

Deel 3 over Willem Snitker: Bronnen

Eric de Noorman

“Als ik terugkijk naar mijn schooltijd had ik redelijke rapporten, maar de cijfers voor tekenen sprongen er altijd bovenuit. Op school legde ik het altijd af tegen stoerdere, snellere, meer brutale jongens, daar verloor ik het van. Maar ik blonk uit met het tekenen van bijvoorbeeld Eric de Noorman, (door Hans Kresse) die dagelijks als strip in, ik meen, Het Vrije Volk stond maar dat weet ik niet meer zeker. Mijn vader was journalist en we kregen dagelijks zeven of acht kranten in de bus. Als lagere scholieren waren wij meer geïnteresseerd in de stripverhalen als Bulletje en Bonestaak, Pa Pinkelman, Tom Poes, Eric de Noorman en ook de onvolprezen avonturen van Kapitein Rob in Het Parool. Nog pak ik af en toe zo’n kapot gelezen exemplaar ter hand van Kapitein Rob, niet om het verhaaltje, maar om de onnavolgbaar mooie  tekeningen van de zee en de schepen. Maar goed, ik kon dus heel goed Eric de Noorman en al zijn handlangers tekenen. Daardoor maakte je toch altijd wel indruk op je omgeving. Je kan iets, je kunt een trucje, het is eigenlijk een beetje te vergelijken met wat ik later heel erg herkende in de kleine Oscar Matzerath in de Blechtrommel van Gunther Grass,  een dwerg, een kleine jongen, een outcast, een niemand, ze zagen hem over het hoofd, maar hij had een paar unieke eigenschappen. Hij kon heel hoog zingen, bracht een geluid voort dat angstaanjagend hoog was, dat normale mensen ook niet konden horen maar dat wel het glas van de Dom in Keulen deed sneuvelen. En hij sloeg virtuoos op zijn blikken trommel. Een optocht van de Hitlerjugend kon hij met zijn roffels van richting doen veranderen. De kleine Oscar, die gehandicapt was door zijn minuscule lengte, die had dus het machtige wapen van zijn stem en zijn trommel waarmee hij z’n hele wereld kon betoveren, kon veranderen en naar z’n hand kon zetten. Als tekenaar heb je dat ook een beetje. Als je Eric de Noorman kon tekenen zag je daar het resultaat van. Ik kreeg dus een extra koekje, ik mocht bij de ‘dames op schoot zitten’, ze zeiden van ‘Oh joh, wat kan je dat toch mooi’ en wat ben je geweldig. Op dat moment vergat men ook dat je  soms een onvoldoende cijfer voor rekenen of taal had.”

Register to read more...

De schoonheid heeft het eeuwige heden

‘...want wij gaan en de schoonheid blijft. Want wij zijn gericht op de toekomst, terwijl de schoonheid het eeuwige heden heeft.’  Joseph Brodsky

Deel 2 over Willem Snitker: De Bleeker Galerie

Et voilá

"De helft van mijn bestaan is de Bleeker Galerie. Het blijkt dat ik niet de rechte weg bewandel maar een slalom maak. Ik hou niet alleen van het maken van tekeningen en andere kunstwerken maar ook van het tonen daar van. Ik moet bijna een halve eeuw, zo’n vijfenveertig jaar in mijn geheugen teruggaan, maar die herinnering ligt nog open en bloot aan de oppervlakte, want als ik er aan denk voel ik nog de tinteling tot in mijn vingertoppen en in mijn haarvaten toen ik hier aan de zijde van de toenmalige gemeentesecretaris de heer  Kruitwagen binnenstapte op een morgen nadat hij mij had gebeld dat ze misschien iets voor mij hadden.. Na een half jaar aandringen dat ik een eigen werkplaats in mijn eigen dorp Heemstede wilde hebben, was daar het moment dat hij de twee grote groene deuren aan de Bleekersvaartweg opende en zei ‘et voila’.

Register to read more...

“M´illumino d´immenso”

Ik verlicht me door het onmetelijke (Giuseppe Ungaretti, 1917)

Deel 1: Vader

Willem Snitker verloor zijn vader op zijn 12e. Senior was schrijver en journalist en stierf op 48 jarige leeftijd.

Dat heeft zijn leven getekend, beïnvloed. We laten hem aan het woord.

Een minuut stilte

“Zonder vader ga je op zoek naar een leidsman, een goeroe, een vriend. Gevolg is dat ik een deel van mijn leven bijna altijd oudere vrienden heb gehad die me  bij de hand namen en mij een richting aangaven. `Kom, we gaan die kant op´, ´Heb je zin om mee te gaan’.  Dat heeft me deels gevormd en ik heb daar heel veel van geleerd. Het was een soort aanvulling op mijn ouders. Toen ik nog geen 20 was ontmoette ik de dichter Michel van der Plas. Ook een man die niet alleen dichter was, maar ook adjunct hoofdredacteur van Elseviers Weekblad. En die onnavolgbaar goede cabaretteksten schreef voor Frans Halsema en Wim Sonneveld. Een man waar ik me aan kon spiegelen omdat hij het woord als materiaal had, verhalen en een geschiedenis had, weliswaar heel erg bepaald door zijn RK achtergrond, hij heeft als seminarist op Hageveld gestudeerd en ik heb later op Hageveld 1 dag per week 25 jaar lang lesgegeven, de wereld van de Katholieke kerk was mij dus heel erg vertrouwd, ook van huis uit. Mijn vader werkte als parlementair redacteur voor de Volkskrant. Hij was heel veel in Den Haag om parlementaire verslagen te maken. Toen hij overleed was het de eerste keer dat er een minuut stilte in de tweede kamer werd gehouden voor een journalist. Na 60 jaar ontroerd mij dat nog steeds. Die man had echt iets te betekenen.”

Register to read more...

Twee biografieën

Hier komen twee biografieën

Log In or Register